Trauma is een woord wat iedereen inmiddels wel kent en waarvan we weten dat het iets is wat je liever niet hebt in je leven. Trauma betekent ‘verwonding’, maar is beter bekend in de tweede betekenis als een psychische aandoening.
Deze psychische aandoening wordt veroorzaakt door een ‘psychische verwonding’ ten gevolge van een negatieve levenservaring die als zeer beangstigend, levensbedreigend, extreem schokkend of gevaarlijk is ervaren.
Als deze ‘psychische verwonding’ niet goed geneest dan blijf je hier last van houden. Dus trauma komt doordat je nare dingen meemaakt waar je vervolgens jaren, of zelfs je verdere leven, psychisch last van kan hebben.

Trauma wordt meestal gezien als een gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen of omstandigheden die op dat moment of tijdens die periode een te zware belasting waren voor de persoon die ze heeft meegemaakt, en dat deze persoon hier vervolgens enige tijd later, in het heden, nog last of hinder van ondervindt.
Veel mensen zijn ondanks deze last of hinder nog wel in staat om op een redelijk niveau te blijven functioneren. Voor sommige mensen is dit niet meer mogelijk. Binnen de psychologie wordt bij deze in ernstige gevallen gesproken van een post traumatisch stress stoornis, PTSS. Dit betekent dat iemand na een traumatische ervaring hiervan zo veel stress blijft houden dat dit een ernstige belemmering vormt voor normaal functioneren.

Om de diagnose PTSS te kunnen stellen moet iemand aan een aantal voorwaarden voldoen die wereldwijd vanuit psychologen en psychiaters opgesteld zijn.
Omdat de meeste mensen uit zich zelf herstellen van een traumatische ervaring wordt als stelregel genomen dat er pas vanaf 6 maanden na de gebeurtenis sprake kan zijn van een post traumatische stoornis. Voor die tijd is er vaak nog voldoende mogelijkheid om zonder verdere acties zelf te herstellen. Ook na deze periode van 6 maanden zijn er vaak mogelijkheden om, al dan niet met ondersteuning van anderen, te herstellen van traumatische gebeurtenissen.
Hiervoor is een ruime keuze voorhanden aan zelfhulpboeken en hulpverleners uit reguliere en alternatieve stromingen. Het kan soms wel een zoektocht zijn om te ontdekken welke benadering het beste bij jou aansluit. Hopelijk kan deze blogserie hier een steentje aan bijdragen.

Samenvattend, een trauma is het gevolg van een traumatische gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen die op dat moment een te zware psychische belasting vormden. De meeste mensen herstellen hiervan op eigen kracht. Soms is dit herstel niet volledig en ondervindt je hiervan nog hinder van in je dagelijkse bestaan. Als dit je normale functioneren ernstig ontwricht dan kan er sprake zijn van een posttraumatische stressstoornis. De praktijk leert dat herstel van traumatisch gebeurtenissen, ook lang nadat deze plaats gevonden hebben vaak mogelijk is, maar helaas niet altijd.

Een grote vraag bij trauma is hoe het nou komt dat voor de één van een nare gebeurtenis wel traumatiserend blijkt te zijn, en dat een vergelijkbare, of zelfs precies dezelfde gebeurtenis, voor iemand anders geen blijvend trauma oplevert. Ook over hoe een trauma ontstaat lopen de meningen uiteen. Net zoals de meningen uiteen lopen over wat het belangrijkste aspect is van een traumatische ervaring, en daarmee ook wat de beste oplossingsstrategie is bij de behandeling van trauma.

Bij de vraag waarom dezelfde gebeurtenis niet voor iedereen traumatiserend is heeft onderzoek aanwijzingen gegeven dat een deel van het antwoord ligt in dat het niet zozeer gaat om de feitelijke gebeurtenis, maar meer om hoe dit op de desbetreffende persoon over is gekomen, hoe dit geïnterpreteerd is en welke betekenis hieraan gegeven is.

Hersenstructuren en vecht/vlucht/bevries reacties

Hoe iets op je overkomt en met name de interpretatie en betekenisgeving worden deels aangestuurd door de zogenaamde ‘hogere’ hersenstructuren. Dit zijn de evolutionair meest recentelijk ontwikkelde delen van het zenuwstelsel. Deze hersenstructuren liggen in de neocortex. De meeste ‘verstandelijke’ processen vinden plaats in de neocortex. Hier ligt het centrum van bewust denken, inzichten, taal, en het overzien en uitvoeren van bewuste handelingen. Op dit niveau worden ervaringen omgezet in betekenissen waar je logisch over na kan denken.

Op grond van je ervaringen weet je hoe de wereld in elkaar steekt. Of beter gezegd, je denkt te weten hoe de wereld in elkaar steekt. Vanuit de neocortex wordt geprobeerd om je bewuste handelen aan te sturen zodat je succesvol kan functioneren in de wereld. Deze processen worden top-down regulatie genoemd omdat de aansturing vanuit een overzicht en een hogere perspectief plaats vindt. De ‘taal’ van dit systeem is gedachten en woorden.

Behalve de ‘hogere’ hersengebieden in de neocortex, hebben ook twee evolutionair oudere hersengebieden een belangrijke rol bij hoe een situatie op iemand over komt en hoe deze situatie verder geïnterpreteerd wordt. Dit zijn het limbisch systeem, wat ook wel het zoogdierbrein wordt genoemd, en het zogenaamde ‘reptielenbrein’. Bij traumatische gebeurtenissen wordt vanuit deze systemen een inschatting gemaakt in hoeverre de gebeurtenis of omstandigheden mogelijk levensbedreigend zouden kunnen zijn.

Als een situatie als mogelijk levensbedreigend wordt ingeschat dan volgt hierop direct een reflexmatige reactie die gericht is op het overleven van de situatie. Hiervoor wordt, ook weer reflexmatig, dus zonder dat hier over wordt nagedacht, een keuze gemaakt uit vier verschillende gedragingen.
Vluchten, met de bedoeling dat je voldoende weg gaat uit de situatie waardoor je weer in veiligheid raakt.
Vechten, met als bedoeling dat je het gevaar verslaat en voldoende afschrikt zodat je weer in veiligheid bent, of in verwarring brengt zodat je extra tijd hebt om te vluchten.
Bevriezen, waarbij je verstijft en niet meer kan bewegen, en het gevaar je mogelijk niet meer ziet en weg gaat. Hierbij is gebleken dat veel predatoren gericht zijn op bewegende prooi. Niet meer bewegen kan dan adaptief zijn als vluchten of vechten geen goede opties lijken te zijn.
In elkaar storten. De laatste verdedigingsstrategie bij mogelijk levensgevaar is in elkaar storten. Hierbij verslappen je spieren en zak je in elkaar. Predatoren blijken soms niet meer geïnteresseerd te zijn in een prooi die plotseling ‘dood’ neergevallen is en zullen zo’n prooi meestal niet meer dood maken. Hierdoor komt er soms een mogelijkheid om te overleven doordat een predator deze prooi laat liggen.

Het zoogdierbrein en het reptielenbrein sturen direct de vier verdedigingsreflexen bij gevaar aan. Terwijl deze reflexen uitgevoerd worden gaat er ook een informatiestroom naar de neocortex. Hier wordt deze verder geïnterpreteerd en wordt er betekenis gegeven aan de ervaring. Het zoogdierbrein en het reptielenbrein hebben als taal emoties en lichaamssensaties. De processen vanuit het zoogdierbrein en het reptielenbrein worden bottom-up regulatie genoemd.

Top-down en bottom-up

Trauma behandeling kan bestaan uit top-down gerichte therapie, bottom-up gerichte therapie, of uit een balans tussen top-down en bottom-up verwerking van trauma.

Top-down verwerking betrekt de neocortex (het nieuwste deel van het brein waar alle verstandelijke processen plaatsvinden) via bijvoorbeeld psycho-educatie en cognitieve interventies die emotionele stress helpen te reguleren.

Praten over trauma, het identificeren van negatieve gedachtenpatronen, het cultiveren van hulpbronnen zoals positieve gedachten en beelden zijn voorbeelden van top-down strategieën. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een voorbeeld van een overwegend top-down gerichte therapievorm.

Bottom-up verwerking richt zich op het betrekken van de diepere breinstructuren (het zoogdierenbrein en het reptielenbrein) door de aandacht te richten op de taal van deze hersenstructuren, lichaamssensaties en emoties. Hiermee wordt de inhoud van traumatische herinneringen bereikt die is opgeslagen in het lichaam. Bottom-up strategieën focussen hierbij op emoties en lichaamssensaties terwijl de traumatische herinnering verwerkt wordt. Voorbeelden hiervan zijn bewuste ademoefeningen en het werken met lichaamsbeweging om lichamelijke ontlading te ondersteunen.

Het doel van top-down en bottom-up strategieën, die gebruikt worden om je te helpen traumatische herinneringen te verwerken, is om je een nieuw gevoel van veiligheid te laten ervaren zodat je lichaam en je verstand beiden weten dat het in het heden in redelijke mate veilig is, met de daarbij overeenstemmende innerlijke overtuigingen over jezelf, anderen en de wereld. Je kunt nieuwe lichamelijke gewaarwordingen (zoals een lichamelijk gevoel van veiligheid) gebruiken om je lichaam een nieuw patroon van veiligheid aan te leren terwijl je belemmerende oude herinneringen en negatieve overtuigingen verwerkt.

Veiligheid

Trauma hangt sterk samen met onze reflexmatige reactie op gevaar en vervolgens de interpretatie hiervan en de betekenis die we aan de ervaring geven.
Een essentieel onderdeel hierbij is dus de aanwezigheid of nog belangrijker, de afwezigheid van veiligheid. Als de uiterlijke en innerlijke omgeving door het zoogdierbrein en het reptielenbrein als veilig wordt beoordeeld dan zal er geen reflexmatige reactie op gevaar komen.
Voor de verwerking van trauma lijkt een ervaring van veiligheid noodzakelijk te zijn. Als het volgens het zoogdierbrein en het reptielenbrein niet veilig is dan zal ons zenuwstelsel eerst proberen om het al dan niet werkelijk aanwezige gevaar te  neutraliseren voordat er (meer) energie voor andere processen vrij gemaakt zal worden.
Dit lijkt ook op te gaan voor het verwerken van traumatische herinneringen.
Als er geen of onvoldoende ervaring van veiligheid is dan belemmert dit het therapeutische genezingsproces.

Draagkracht

Een ander belangrijk aspect bij trauma is het concept van draagkracht, ook wel veerkracht genoemd. Met draagkracht wordt bedoeld de hoeveelheid belasting die iemand nog kan ondergaan zonder dat dit tot negatieve gevolgen leidt.

Bijvoorbeeld bij sporten, als je jezelf boven je draagkracht belast, dan treed overbelasting op en raak je geblesseerd. Deze blessure zal eerst moeten genezen voordat je weer op je oude niveau kan gaan trainen. Meestal is hiervoor een traject nodig van rust en herstel en vervolgens een opbouw van trainingsactiviteiten voordat je weer op je oude niveau bent.

Bij psychische belasting werkt het op een vergelijkbare manier. Als je jezelf te veel uitput op je werk dan loop je tegen een burn-out aan.
Bij een traumatische ervaring wordt je psychische draagkracht overschreden. Bij een traumatische ervaring die niet uit zichtzelf geneest lijkt het dat je draagkracht zodanig overschreden is dat je zodra bepaalde delen van de traumatische herinnering weer in je bewustzijn komen dat je weer in paniek raakt, angst voelt enzovoort.
In sommige gevallen lijkt het hierbij zelfs dat als die herinnering omhoog komt op dat moment ook je draagkracht in het heden wordt overschreden. Er kan dan een herbeleving van de traumatische gebeurtenis optreden.

Dus een deel van de vraag waarom voor de één van een nare gebeurtenis wel traumatiserend blijkt te zijn, terwijl een vergelijkbare, of zelfs precies dezelfde gebeurtenis, voor iemand anders geen blijvend trauma oplevert, lijkt te liggen in een verschil in draagkracht tussen personen op het moment of tijdens de periode dat de traumatische gebeurtenis(sen) plaats vond(en).

Tijdens trauma therapie, en eigenlijk bij elke vorm van therapie, wordt meestal ook aandacht besteed aan het vergroten van draagkracht.

Traumatische herinneringen

Traumatische herinneringen kenmerken zich door een combinatie van sterk verontrustende en storende beelden, nare emoties waardoor je overspoeld wordt, gevoelens van angst en/of machteloosheid, zeer onaangename lichaamssensaties, vaak in combinatie met beperkende overtuigingen.
Als je overspoeld raakt door traumatische herinneringen raak je vaak je oriëntatie in tijd en ruimte kwijt, en heb je geen verbinding meer met herinneringen van tijden waarin jij jezelf veilig, ondersteun en geliefd voelde.
Je kan je dan afgesneden van anderen en van het leven voelen en ervaart jezelf en de wereld om je heen als bedreigend.

Net zoals bij de vier verdedigingsreflexen het primaire doel is om onze overlevingskansen te vergroten wordt er bij de functie van herinneringen ook gedacht dat hierbij het effect van herinneringen op onze overlevingskansen de belangrijkste functie vormt.
Deze overlevingsfunctie richt zich op twee verschillende vormen van verbetering van onze overlevingskansen. Het verkrijgen van voordelen zoals bijvoorbeeld het vinden van voedsel, water, beschutting, veiligheid, uitrusten, en fysiek en mentaal herstel. In een voorbeeld, als je een bepaalde plant hebt gegeten en je merkt dat je hierdoor meer energie krijgt en niet ziek wordt dan helpt het je als jij je dit later herinnerd. Dan kun je een volgende keer meteen die plant weer gaan eten en hoef je niet voorzichtig uit te gaan proberen of de plant niet giftig is door er maar een heel klein beetje van te eten en dan een paar uur te wachten om te merken wat er in je lichaam gebeurt tijdens de vertering van dat kleine stukje plant. Op die laatste  manier zou het heel erg lang gaan duren voordat je een hele maaltijd hebt gegeten.

De andere manier waarop herinneringen bijdragen aan jouw overleving is doordat ze je helpen om gevaar op tijd te herkennen. Zo is bij verschillende diersoorten waaronder bijvoorbeeld herten met onderzoek bevestigd dat zij plekken waar ze ternauwernood een aanval van een predator hebben overleefd gedurende langere tijd vermijden en dat ze extra alert zijn als ze in de buurt van deze plek komen. Herinneringen helpen ons dus om de toekomst te voorspellen.
Op grond van eerdere ervaringen formuleren we verwachtingen over hoe de toekomst zal zijn.

Een ander belangrijk kenmerk van herinneringen is dat ze gelukkig niet statisch en onveranderbaar zijn, maar dat herinneringen ‘bewerkt’ kunnen worden.
Dit gebeurt bijvoorbeeld als we nieuwe informatie krijgen die niet overeenkomt met onze, op grond van eerdere ervaringen gevormde, verwachtingen van de toekomst. Er ontstaat dan een ‘mismatch’ tussen de verwachting die we hebben en de ervaring die we op dat moment opdoen en dit wordt ook wel ‘cognitieve dissonantie’ genoemd.

Cognitieve dissonantie faciliteert de mogelijkheid tot het veranderen van de manier waarop de hiermee overeenkomende herinneringen in het brein opgeslagen worden.
Dit wordt neuroplasticiteit genoemd, de mogelijkheid van het zenuwstelsel om zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Hoe groter de mate van cognitieve dissonantie, dus hoe groter het verschil tussen wat we verwachten en wat we ervaren, hoe groter de mogelijkheid tot verandering van de herinneringen en de hieruit voortgekomen overtuigingen is.
Bij trauma kan het bewerken van de traumatische herinneringen bijdragen aan het verwerken van de traumatische gebeurtenis(sen).

Herinneringen en geheugen worden ook nadat de gebeurtenis plaats gevonden heeft sterk beïnvloed door factoren van buitenaf en van binnen uit ons zelf.
Als je jezelf blij en krachtig voelt terwijl je terug denkt aan een hele nare gebeurtenis dan is de kans groot dat deze herinnering een stukje positiever bijgekleurd wordt. Hierdoor zal de herinnering een volgende keer dat je er weer aan terug denkt ook iets positiever in je herinnering omhoog komen.

Helaas werkt het ook de andere kant op. Terugdenken aan hele nare gebeurtenissen terwijl jij jezelf down, machteloos en hopeloos voelt kan ertoe leiden dat de herinnering nog stukje zwarter ingekleurd wordt.

Een voorbeeld hiervan vormt de inmiddels niet meer toegepaste trauma interventie waarbij mensen direct na een traumatisch ervaring, soms met zachte goedbedoelde dwang, gestimuleerd werden om uitgebreid en gedetailleerd over hun traumatische ervaring te vertellen. Bij traumatische gebeurtenissen waarbij meerdere mensen betrokken waren werd dit in groepsgesprekken gedaan. Het effect hiervan was dat een gedeelte van deze mensen steeds meer last van de herinneringen aan de traumatische gebeurtenis ging ontwikkelen.

Direct na een traumatische ervaring duurt het vaak enige tijd voordat je weer je oude krachtige evenwicht hebt teruggevonden. Als je gedurende deze periode uitgebreid de herinneringen gaat bewerken door er veel over te praten dan is er een risico dat de herinneringen steeds een stukje negatiever opgeslagen worden in je geheugen.
Overigens zijn er ook mensen waarbij deze techniek wel werkt, zij hebben waarschijnlijk hun evenwicht al heel snel na de gebeurtenis teruggevonden.
Maar ook dan is het belangrijk om steeds te checken wat het erover praten met je doet, als het niet meer helpt, of zelf tegen je gaat werken dan kan je hier op dat moment waarschijnlijk beter (tijdelijk) mee stoppen.

Het verwerken van herinneringen aan traumatische gebeurtenissen

Bij het verwerken, of ‘reprocessing’, ‘opnieuw verwerken’, van herinneringen aan traumatische gebeurtenissen kan gebruik gemaakt worden van verschillende technieken zoals over de herinneringen praten, of een verhaal schrijven, waarbij je aandacht hebt voor met de herinnering samenhangende beelden, sensorische inhouden van de herinnering, lichaamssensaties , emoties, gedachten en overtuigingen.

Hierbij is het essentieel om dit in een veilige en voor jou ondersteunende omgeving te doen terwijl jezelf hiervoor de benodigde rust en ruimte in jezelf hebt. Door met aandacht te reflecteren op een traumatische herinnering ontstaat de mogelijkheid om nieuwe informatie te vergelijken met de negatieve gedachten en beperkende en incorrecte (foutieve) overtuigingen die samen hingen met de herinnering aan de traumatische gebeurtenis.

Bijvoorbeeld dat alle honden levensgevaarlijk zijn en je aan zullen vallen nadat je door een hond aangevallen bent. Of dat wat er gebeurt in je leven, of in ieders leven, allemaal jouw schuld is.
Tijdens het met aandacht reflecteren op herinneringen aan traumatische gebeurtenissen kan je nieuwe informatie combineren met de herinnering aan de traumatische gebeurtenis waaruit bijvoorbeeld blijkt dat de meeste honden niet gevaarlijk zijn, of dat het helemaal niet jouw schuld is maar dat je onschuldig bent en dat je in plaats van verwijten alle recht hebt op vriendelijkheid en respect vanuit je omgeving en vanuit jezelf, sterker nog, dat dit je geboorterecht is.
Op deze manier kunnen nieuwe, wel kloppende, accurate en ondersteunende overtuigingen gevormd worden over jezelf, over anderen en over de wereld.

Als je op deze manier je herinneringen aan de traumatische gebeurtenis veranderd dan neem je ook een beetje afscheid van de oude manier waarop je hier tegen aan keek. Je neemt ook een beetje (of mogelijk zelf heel erg veel) afstand van je oude overtuigingen, en hiermee ook van een deel van jouw identiteit, die deels opgebouwd was rond de herinneringen aan de traumatische gebeurtenis.
Dit kan een gevoel van leegte, gemis en rouw geven. Maar als je ook deze gevoelens met aandacht kan ervaren dan lossen ze na een tijdje steeds meer op terwijl je tegelijkertijd ook een nieuw gevoel van opluchting, bevrijding, kracht, levensvreugde ervaart. Dan komt er een gevoel dat er een oplossing is gekomen voor het oude probleem. Dan heeft het verleden minder grip op je. Dan voel je jezelf minder klem zitten en ervaar je meer vrijheid en innerlijke kracht.

Soms kan de impact van een traumatische gebeurtenis zo groot zijn dat het moeilijk is om deze, al dan niet met steun van je omgeving, zelfstandig te verwerken. Je merkt dan dat je ook langere tijd nadat de gebeurtenis plaats gevonden heeft, hier nog steeds last van hebt. Dan kan het zo zijn dat traumatherapie je net genoeg kan helpen om het verwerkingsproces weer vlot te trekken, of zelfs om het verwerkingsproces op gang te helpen en tot een goede afronding van de verwerking van de herinneringen te komen.

Traumatherapie

Trauma therapie omvat meestal drie fasen van zorg. De eerste fase focust op het opzetten van stabiliteit en veiligheid, de tweede fase is gericht op het verwerken van de traumatische inhoud van herinneringen op een rustige, gereguleerde manier, en de derde fase bevat een proces van integratie van nieuwe ervaringen in de identiteit en binnen relaties.

In de eerste fase is het opbouwen van een veilige werkrelatie met de therapeut of behandelaar, waarin je je begrepen, gerespecteerd, ondersteund en beschermd voelt van belang. Vervolgens wordt binnen de eerste fase de focus gericht op het opbouwen van hulpbronnen of coping strategieën waarbij het stabiliseren van een veilig gevoel in het lichaam voorop staat.

Wanneer zowel de hulpbronnen als de veilige relatie opgebouwd zijn kom je toe aan fase twee, waarbij je kunt starten met het verwerken van pijnlijke traumatische herinneringen.
Dit verwerken kan op vele verschillende manieren. Je kan bijvoorbeeld gaan werken aan het toevoegen van nieuwe bewegingsbronnen die je destijds niet tot je beschikking had, en vervolgens ga je deze nieuwe hulpbronnen integreren in de traumatische herinnering.
In combinatie hiermee of los hiervan kan je bij het verwerken van de traumatische herinnering ook de toen niet geuite pijn uitspreken of erover schrijven, en nieuwe informatie die een oplossing genereert integreren in de oude herinnering.
Andere voorbeelden van ingangen zijn het werken aan de negatieve overtuigingen die zijn ontstaan ten gevolge van de traumatische gebeurtenis, of om te werken aan meer compassie voor jezelf, dit kan een pijnlijk proces zijn omdat je hiermee ontspanning in jezelf creëert waarmee ook onderdrukte gevoelens van bijvoorbeeld onmacht, wanhoop en doodsangst die samenhingen met de traumatische ervaring weer terug in de beleving kunnen komen.
Hierbij is het belangrijk dat er voldoende veiligheid in de behandeling is, en jezelf voldoende draagkracht hebt om dit in het heden te kunnen ervaren en te kunnen verdragen.

In fase drie ben je vervolgens in staat om op de oude ervaring te reflecteren en ben je je bewust van de met de traumatische gebeurtenis samenhangende overtuigingen over jezelf en de betekenis die je aan het leven gaf vanuit deze overtuigingen. Op dat moment begin je jezelf zowel lichamelijk als mentaal als meer veerkrachtig te ervaren omdat je draagkracht sterker wordt.

Het is goed om te weten dat dit verwerkingsproces niet lineair is. Mensen schommelen tussen verschillende fasen en maken verschillende rondes door de fasen terwijl ze steeds meer veerkracht ontwikkelen. Er is geen fase in de verwerking van trauma die beter of slechter is dan de andere fasen. Verbetering is niet hiërarchisch en het werkt niet om te proberen om met veel haast zo snel mogelijk de finish te behalen.
Omdat het niet fijn is om oude pijn te ervaren, of om geconfronteerd te worden met beperkingen in je leven hebben veel mensen in het begin haast als ze beginnen met het verwerken van traumatische gebeurtenissen. Het idee hierbij is dan dat als je zo snel mogelijk klaar bent met de verwerking dat je dan die oude pijn ook kwijt bent. Eigenlijk is dat dan een vorm van vermijding uit angst voor de nare gevoelens en herinneringen die samenhangen met de traumatische gebeurtenis. Je bent dan bang en probeert dat waar je bang voor bent te ontwijken. Op zichzelf kan dit een prima coping strategie zijn, alleen jammer genoeg eentje die de verwerking juist kan dwarsbomen. Verwerking kost tijd en daar heb je minder controle over dan je graag zou willen. Er zijn mogelijk aspecten van jezelf die een tijd gevoelig blijven en zorg nodig hebben, terwijl je met andere aspecten mogelijk eerder klaar bent om jezelf verder te ontwikkelen.

Hieronder gaan we een trauma verwerkingsoefening uitleggen die je ook zelf kan toepassen om een niet zo leuke herinnering, of een nare herinnering, opnieuw te gaan bewerken, te ‘reprocessen’. Als je zelf sterk in je schoenen staat, de beschikking hebt over voldoende innerlijke hulpbronnen en een ondersteunende omgeving hebt dan zou je deze oefening mogelijk ook kunnen doen met een herinnering aan een traumatische gebeurtenis.
Hierbij is het heel belangrijk dat je als je merkt dat de herinnering je overspoelt dat je hier niet mee verder gaat maar direct steun zoek in je omgeving en daarna hulp inroept van een professional om je te begeleiden bij het verwerkingsproces. Overspoelt raken merk je doordat het je niet lukt om met je aandacht bij de herinnering te blijven en doordat er zoveel emoties en lichaamssensaties omhoog komen dat je het contact met het huidige moment verliest. Het is mogelijk dat hierbij een zodanig sterke vecht/vlucht/bevries/in elkaar stort reactie optreed dat je hierover geen controle hebt of lijkt te hebben. Als je het gevoel hebt dat dit tijdens de oefening gaat ontstaan dan raden wij je aan om de oefening te onderbreken en je weer in de ruimte en tijd te oriënteren met bijvoorbeeld grondingsoefeningen, ademhalingsoefeningen, te focussen op positieve hulpbronnen en te stoppen met aandacht geven aan de herinnering die samenhangt met de traumatische gebeurtenis.

De praktijk: het ‘reprocessen’ van een herinnering door een therapeutische schrijfoefening.

Zorg allereerst dat je in een fijne, veilige omgeving zit. Door over een herinnering te schrijven creëer je een mogelijkheid om de inhoud van de herinnering te veranderen. Neem iets om op te schrijven, liever niet typen op een laptop of smartphone, de vloeiende beweging van het schrijven lijkt een positieve bijdrage te leveren aan het verwerkingsproces. Daarnaast kan het fijn zijn om ook tekeningetjes te maken van ondersteunende hulpbronnen of van bepaalde aspecten van de herinnering, dit lukt minder goed op een mobiel of laptop.

Neem een bepaalde niet fijne gebeurtenis in gedachten. Vervolgens geef je bewust aandacht aan diverse aspecten van deze herinnering.
Beschrijf de feitelijke omstandigheden en details van deze herinnering aan een nare, vervelende of traumatische gebeurtenis. En als dat van toepassing is, beschrijf dan ook de aanloop naar de gebeurtenis.
Beschrijf de lichaamssensaties, emoties en gedachten die je tijdens de gebeurtenis hebt ervaren. Neem hier de tijd voor en check in je lichaam wat je daar ervaart terwijl je terug denkt aan de gebeurtenis.
Beschrijf de gevoelens en beelden die je nu hebt over de gebeurtenis.
Beschrijf de overtuigingen, conclusies, beeld van jezelf, van anderen en van de wereld wat samenhangt met deze herinnering.
Beschrijf wat het effect, wat de impact van deze gebeurtenis is geweest op jouw leven.

Dit proces bestaat eigenlijk altijd uit verschillende ‘schrijfrondes’ waar soms ook best veel tijd tussen kan zitten. Het is een cyclisch proces. Geen lineair proces. Geef jezelf de vrijheid om alles op te schrijven wat tijdens de oefening omhoog komt en je niet te laten weerhouden door sociale normen of door ideeën over wat acceptabel is of wat wenselijk is. Als je het gevoel krijgt dat je vast loopt, of overspoeld raakt, geef jezelf dan even rust, maak contact met (innerlijke) hulpbronnen of iemand uit je omgeving. Ga pas weer verder met de oefening als je jezelf weer ‘gegrond’ voelt, in verbinding met het hier en nu bent en voldoende krachtig en rustig bent voor de volgende schrijfronde.

Probeer om jezelf tijdens het schrijven liefdevol te behandelen. Het feit dat je de moeite neemt om te gaan schrijven met de intentie om deze oefening te gaan doen verdient al een compliment en zet in zichzelf al genoeg in beweging wat jouw herstelproces zal ondersteunen.

Lees (na enige tijd) terug wat je geschreven hebt en bemerk welke veranderingen er zijn gekomen in (bepaalde) aspecten van de herinnering.

Zielscoaching 

Onze opleiding is gericht op het leren begeleiden van mensen bij het herintegreren van negatieve levensgebeurtenissen. Hierbij ontdekken mensen welke negatieve kernovertuigingen belemmerend werken, hoe ze de bijkomende emotionele lading en pijn op een gezonde manier kunnen voelen en leren te verdragen. Vanuit de ruimte die dit geeft ontstaan nieuwe kernovertuigingen die tot een zinvoller bestaan leiden.
Zowel bij de studenten tijdens de opleiding als bij de cliënten waar je mee gaat werken worden levenservaringen ingezet als ingang om diepgaand op onderzoek te gaan naar de persoonlijke diepste waarden en overtuigingen, en als ingang naar het voelen en leren verdragen van hiermee samenhangende emoties.
Wil je meer weten over onze opleiding tot Zielscoach?  Klik dan hier.

LinkedIn
Share